Het opstaan Het tandenpoetsen Het gezicht wassen De douche Het omkleden De make-up De voorbereidingen Het uitgaan Het woon-werkverkeer Het aantreden op het werk Het werk De pauze Het verlaten van kantoor De thuiskomst Het koken van maaltijden De maaltijd De was Het schoonmaken De televisie Het naar bed gaan
Lees meer over dit woord
出勤
Gebruikt met します. Te onderscheiden van 通勤, de reis zelf, terwijl 出勤 het aankomen op het werk is.
Voorbeelden in context
九時に出勤します
Ik kom om negen uur op het werk aan.
今朝は少し出勤が遅れました
Vanochtend was ik iets te laat.
Ontdek meer Japanse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.