Het opstaan Het tandenpoetsen Het gezicht wassen De douche Het omkleden De make-up De voorbereidingen Het uitgaan Het woon-werkverkeer Het aantreden op het werk Het werk De pauze Het verlaten van kantoor De thuiskomst Het koken van maaltijden De maaltijd De was Het schoonmaken De televisie Het naar bed gaan
Lees meer over dit woord
着替え
Van het werkwoord 着替える, uit 着る dragen en 替える wisselen. Men zegt 着替えをします of 着替えます.
Voorbeelden in context
シャワーの後で着替えをします
Ik kleed me aan na het douchen.
妹は着替えがとても早いです
Mijn zus kleedt zich heel snel om.
Ontdek meer Japanse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.