Het opstaan Het tandenpoetsen Het gezicht wassen De douche Het omkleden De make-up De voorbereidingen Het uitgaan Het woon-werkverkeer Het aantreden op het werk Het werk De pauze Het verlaten van kantoor De thuiskomst Het koken van maaltijden De maaltijd De was Het schoonmaken De televisie Het naar bed gaan
Lees meer over dit woord
通勤
Uit 通 doorkruisen en 勤 werk, met します. De 満員電車, de overvolle trein, is het beeld bij uitstek van 通勤 in Japan.
Voorbeelden in context
バスで通勤します
Ik ga met de bus naar het werk.
通勤に一時間かかります
Mijn reis naar het werk duurt een uur.
Ontdek meer Japanse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.