Het opstaan Het tandenpoetsen Het gezicht wassen De douche Het omkleden De make-up De voorbereidingen Het uitgaan Het woon-werkverkeer Het aantreden op het werk Het werk De pauze Het verlaten van kantoor De thuiskomst Het koken van maaltijden De maaltijd De was Het schoonmaken De televisie Het naar bed gaan
Lees meer over dit woord
歯磨き
Gevormd uit 歯 tand en 磨き poetsen. Gebruikt met をします. Het Japans heeft hier geen bezittelijk voornaamwoord nodig.
Voorbeelden in context
朝ご飯の後で歯磨きをします
Ik poets mijn tanden na het ontbijt.
歯磨きは一日二回します
Ik poets twee keer per dag mijn tanden.
Ontdek meer Japanse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.