Lees meer over dit woord
Müssen
Müssen drukt noodzaak uit: ich muss, du musst, er muss. Geen verplichting is nicht müssen.
Voorbeelden in context
Ich muss früh aufstehen.
Ik moet vroeg opstaan.
Wir müssen jetzt gehen.
We moeten nu gaan.
Ontdek meer Duitse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.