Lees meer over dit woord
Können
Können drukt vermogen uit: ich kann, du kannst, er kann. Het tweede werkwoord staat als infinitief achteraan.
Voorbeelden in context
Ich kann gut kochen.
Ik kan goed koken.
Kannst du mir helfen?
Kun je me helpen?
Ontdek meer Duitse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.