Hoe heet je? Ik heet Waar ben je opgegroeid? Wat doe je? Ik werk in Waar woon je? Ik woon vlakbij Hoe oud ben je? Ik spreek een beetje Hoe gaat het ermee? Wat is er nieuws? Wat een mooi weer Ik ook Echt waar? Wat doe je graag? Vertel op Ik moet gaan Leuk om met je te praten Tot ziens ergens We houden contact
Lees meer over dit woord
Where do you live?
Je antwoordt met « I live in » plus een stad of wijk, of « I live on » plus een straatnaam. Het voorzetsel hangt af van de grootte van de plaats.
Voorbeelden in context
Where do you live at the moment?
Waar woon je op dit moment?
Where do you live, near the park?
Waar woon je, dicht bij het park?
Ontdek meer Engelse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.