Hoe heet je? Ik heet Waar ben je opgegroeid? Wat doe je? Ik werk in Waar woon je? Ik woon vlakbij Hoe oud ben je? Ik spreek een beetje Hoe gaat het ermee? Wat is er nieuws? Wat een mooi weer Ik ook Echt waar? Wat doe je graag? Vertel op Ik moet gaan Leuk om met je te praten Tot ziens ergens We houden contact
Lees meer over dit woord
Where did you grow up?
Grow up is een werkwoord met partikel en de verleden tijd is grew up. Moedertaalsprekers verkiezen het boven « where are you from » bij mensen die vaak verhuisd zijn.
Voorbeelden in context
Where did you grow up exactly?
Waar ben je precies opgegroeid?
Tell me, where did you grow up?
Zeg eens, waar ben je opgegroeid?
Ontdek meer Engelse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.