Hoe heet je? Ik heet Uit welk land kom je? Wat doe je voor werk? Ik werk in Waar woon je? Ik woon hier vlakbij Hoe oud ben je? Ik spreek een beetje Hoe gaat het? Wat is er nieuws? Het is mooi weer Ik ook Echt waar? Wat doe je graag? Vertel eens Ik moet gaan Het was een genoegen Tot ziens We houden contact
Lees meer over dit woord
¿Qué te gusta hacer?
Gustar werkt andersom dan in het Nederlands: het gewaardeerde ding is het onderwerp. Hier is het de infinitief hacer die bevalt.
Voorbeelden in context
¿Qué te gusta hacer los domingos?
Wat doe je graag op zondag?
Dime, ¿qué te gusta hacer?
Zeg eens, wat doe je graag?
Ontdek meer Spaanse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.