De instapkaart De gate De handbagage De veiligheidscontrole De incheckbalie De aankomst De vertraging De startbaan De veiligheidsgordel De stoel aan het gangpad De stoel bij het raam Het opstijgen De landing De vertrekhal De steward De bagageband De aansluitende vlucht De jetlag De taxfreewinkel Het bagagevak
Lees meer over dit woord
El despegue
Komt van despegar, dat ook losmaken betekent.
Voorbeelden in context
El despegue fue muy suave.
Het opstijgen ging heel soepel.
Apaga el móvil antes del despegue.
Zet je telefoon uit voor het opstijgen.
Ontdek meer Spaanse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.