Lees meer over dit woord
A troça
Zelfstandig naamwoord bij troçar. Let op de cedille, die het onderscheidt van troca, een ruil.
Voorbeelden in context
Fez tudo aquilo por pura troça.
Hij deed dat allemaal uit pure spot.
A troça constante magoou-o.
De voortdurende spot kwetste hem.
Ontdek meer Portugese stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.