Lees meer over dit woord
Der Mitbewohner
Der Mitbewohner deelt de woning met je. Vrouwelijk: die Mitbewohnerin.
Voorbeelden in context
Mein Mitbewohner kocht sehr gut.
Mijn huisgenoot kookt heel goed.
Wir suchen einen neuen Mitbewohner.
Wij zoeken een nieuwe huisgenoot.
Ontdek meer Duitse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.