Lees meer over dit woord
Sein
'Sein' komt overeen met het Nederlandse 'zijn'. Het wordt gebruikt wanneer de bezitter een man of een mannelijk dier is.
Voorbeelden in context
Das ist sein Apfel.
Dat is zijn appel.
Sein Fahrrad ist kaputt.
Zijn fiets is kapot.
Ontdek meer Duitse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.