Lees meer over dit woord
Le colocataire
De persoon met wie je een huurwoning deelt. Vrouwelijk la colocataire, in spreektaal afgekort tot coloc.
Voorbeelden in context
Mon colocataire cuisine très bien.
Mijn huisgenoot kookt heel goed.
Je cherche un colocataire sérieux.
Ik zoek een betrouwbare huisgenoot.
Ontdek meer Franse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.