Lees meer over dit woord
Farmer
Een persoon die een boerderij bezit of beheert. Hij of zij verbouwt gewassen of houdt dieren voor voedsel.
Voorbeelden in context
The farmer planted corn this year.
De boer plantte dit jaar maïs.
He is a third-generation farmer.
Hij is een boer van de derde generatie.
Ontdek meer Engelse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.