Lees meer over dit woord
Landlord
De persoon die een woning bezit en verhuurt. Bij een vrouw zegt men vaak landlady, maar landlord geldt voor beiden. De huurder betaalt hem de huur.
Voorbeelden in context
My landlord lives upstairs.
Mijn verhuurder woont boven.
Ask the landlord about the heating.
Vraag de verhuurder naar de verwarming.
Ontdek meer Engelse stapels
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.