🏨
Hotel en accommodatie
A1 · Beginner
22 kaarten
Spaanse woordenschat voor een hotelverblijf: receptie, inchecken en uitchecken, kamertypes, sleutels, lift, ontbijt en handdoeken.
🛎️
La recepción De receptie
🧑💼 El recepcionista De receptionist
🧳 El huésped De gast
🛏️ La habitación doble De tweepersoonskamer
🛌 La habitación individual De eenpersoonskamer
🔑 La llave De sleutel
🔒 La caja fuerte De kluis
🛗 El ascensor De lift
🏢 La planta De verdieping
🚪 El pasillo De gang
🧻 La toalla De handdoek
😴 La almohada Het kussen
🛏️ La sábana Het laken
❄️ El aire acondicionado De airconditioning
🥐 El desayuno incluido Ontbijt inbegrepen
🍽️ La media pensión De halfpension
🏨 El vestíbulo De lobby
📅 La estancia Het verblijf
💰 El depósito De borg
🚶 La salida Het uitchecken
🚫 No molestar Niet storen
🛎️ El botones De piccolo
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.