🔑
Huren en wonen
A1 · Beginner
20 kaarten
De Spaanse woordenschat die je nodig hebt om een woning te huren: het huurcontract tekenen, de borg betalen, met de verhuurder praten, de rekeningen delen en het vuilnis buitenzetten. De praktische taal van het huren, die huis- en meubelwoorden nooit dekken.
🧔
El casero De huisbaas
🧍 El inquilino De huurder
💶 El alquiler De huur
📄 El contrato de arrendamiento Het huurcontract
🔒 La fianza De borg
🕴️ La inmobiliaria Het makelaarskantoor
👀 La visita De bezichtiging
🛋️ Amueblado Gemeubileerd
💡 Los suministros De nutsvoorzieningen
⚡ La factura de la luz De energierekening
🚰 La factura del agua De waterrekening
🏘️ La comunidad De servicekosten
🗑️ La basura Het afval
👥 El compañero de piso De huisgenoot
🏢 La planta baja De begane grond
📦 Mudarse Verhuizen
✍️ La firma De handtekening
📋 El formulario Het formulier
📅 El preaviso De opzegtermijn
🔧 El fontanero De loodgieter
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.