🏨
Hotel & accommodatie
A1 · Beginner
20 kaarten
Essentiële Duitse woordenschat voor een hotelverblijf: receptie, in- en uitchecken, kamertypes, sleutels, bagageopslag, ontbijt en roomservice.
🛎️
Die Rezeption De receptie
✅ Das Einchecken Het inchecken
👋 Das Auschecken Het uitchecken
📅 Die Buchung De boeking
🔑 Der Zimmerschlüssel De kamersleutel
🛏️ Das Einzelzimmer De eenpersoonskamer
🛌 Das Doppelzimmer De tweepersoonskamer
🧳 Die Gepäckaufbewahrung De bagageopslag
🛗 Der Aufzug De lift
🏢 Die Etage De verdieping
🥐 Das Frühstücksbuffet Het ontbijtbuffet
📶 Das WLAN-Passwort Het wifiwachtwoord
🧼 Das Handtuch De handdoek
😴 Das Kissen Het kussen
🧺 Die Bettwäsche Het beddengoed
❄️ Die Klimaanlage De airconditioning
🔢 Die Zimmernummer Het kamernummer
🧑 Der Gast De gast
🚶 Der Flur De gang
🍽️ Der Zimmerservice De roomservice
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.