💰
Geld & Bankieren
A2 · Gemiddeld
20 kaarten
Alledaagse Duitse financiële woordenschat — contant geld, munten, bankrekeningen, betalen, opnemen en de woorden die je nodig hebt bij de pinautomaat, in de winkel en in het restaurant.
💰
das Geld Het geld
💵 das Bargeld Het contant geld
🪙 die Münze De munt
💸 die Banknote Het bankbiljet
🏦 die Bank De bank
🏦 das Konto De rekening
💳 die Karte De kaart
🏧 der Geldautomat De geldautomaat
💼 das Gehalt Het salaris
🏷️ der Preis De prijs
🪙 das Wechselgeld Het wisselgeld
🧾 die Quittung De kwitantie
📄 die Rechnung De rekening
📉 die Schulden De schulden
🐷 die Ersparnisse Het spaargeld
💳 bezahlen Betalen
🏧 abheben Opnemen
📥 einzahlen Storten
🌍 die Währung De valuta
📊 das Budget Het budget
💬 Word tweetalig met onze lerares Umi
Umi corrigeert je uitspraak en grammatica, en leert je op een natuurlijke manier te antwoorden.